Wilsgebrek en vaststellingsovereenkomst
Als een werknemer instemt met een vaststellingsovereenkomst dan zal de werknemer afstand doen van de beschermende status die het ontslagrecht hem biedt. In plaats daarvan zullen dan de afspraken gelden die werkgever en werknemer samen hebben gemaakt. Een werknemer kan een vaststellingsovereenkomst, als deze is eenmaal gesloten, alleen aanvechten als er sprake is van wilsgebrek. Er is sprake van wilsgebrek in de volgende vier gevallen:
- als er bedrog is gepleegd door werkgever. Bijvoorbeeld als werkgever de jaarcijfers heeft vervalst en vervolgens om bedrijfseconomische redenen de werknemer ontslaat;
- als er sprake is geweest van bedreiging;
- als werkgever misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden, bijvoorbeeld als de werkgever de werknemer onder druk zet;
- in geval van dwaling. Dit is het geval als bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken heeft bestaan.
Het aanwezig zijn van een wilsgebrek is meestal zeer moeilijk aan te tonen, en een vaststellingsovereenkomst zal dus ook zelden worden aangepast of ontbonden. Het is daarom van groot belang dat de gemaakte afspraken goed worden geformuleerd in de vaststellingsovereenkomst. Raadpleeg een arbeidsrecht specialist.