Jurist nodig? Eerste advies GRATIS! 088 20 50 899 info@kantonrechtersformule.nl

Beoordeling ster 1Beoordeling ster 2Beoordeling ster 3Beoordeling ster 4Beoordeling halve ster (9.5/10)
199 beoordelingen

De kantonrechtersformule is een veel gebruikte formule om de hoogte van de ontslagvergoeding vast te stellen bij ontslag met wederzijds goedvinden en collectief ontslag met een sociaal plan. Dit zijn ontslagregelingen waarbij werkgever en werknemer het ontslag onderling geregeld hebben. Daarmee wordt de gang naar UWV en kantonrechter voorkomen. Bij de ontslagroute via UWV of kantonrechter geldt bij ontslag de transitievergoeding. De transitievergoeding is veel lager dan de kantonrechtersformule. Meer over transitievergoeding.

Er bestaan nog een aantal alternatieve berekeningsvormen voor de ontslagvergoeding. Deze worden tegenwoordig veel minder vaak gebruikt dan de kantonrechtersformule. Deze formules geven inzicht in de historie. Omdat de schadeloosstelling bij ontslag bedoeld is om de financiële gevolgen van ontslag op te vangen, worden twee uitgangspunten gehanteerd voor de berekening van de ontslagvergoeding:

  • waarborgen van een inkomensgarantie gedurende een bepaalde tijd;
  • toekennen van een uitkering ineens (of een vaste periodieke uitkering tot een totaalbedrag).

Kantonrechtersformule, gewogen dienstjaren en oudere werknemers

De kantonrechtersformule (A*B*C) kent een gewogen aantal dienstjaren. Dit houdt in dat jaren onder de 35 worden gerekend als 0,5, jaren tussen 35 en 45 worden gerekend als 1, jaren tussen 45 en 55 worden gerekend als 1,5 gewogen dienstjaren, en jaren boven de 55 als 2 gewogen dienstjaren. Oudere werknemers komen moeilijk aan nieuw werk. De kantonrechtersformule resulteert in een hoge vergoeding voor oudere werknemers. Dit maakt het onaantrekkelijk voor werkgevers om oudere werknemers aan te nemen omdat die bij ontslag duur zijn. Er ontstaat een vicieuze cirkel waarin het moeilijk is ouderen aan te nemen omdat het duur is ze te ontslaan, vinden de werkgevers.

Aanpassen A-factor bij indiensttreding ouder dan 50 jaar

Kantonrechter Groen uit Hilversum heeft in 1999 de vicieuze cirkel doorbroken. Zijn uitspraak zegt dat werknemers die ouder dan 50 bij indiensttreding bij ontslag de kantonrechtersformule toegepast krijgen met 1 gewogen jaar per dienstjaar. Dit wordt op eenzelfde wijze toegepast op werknemers van 40 jaar en ouder. De weging van de leeftijdsfactor wordt uit de formule gehaald. Dit wordt de ‘Groen-variant’ genoemd.

Aanpassing A-factor bij korte dienstverbanden

De kantonrechter besloot de A-factor te wijzigen omdat het gaat om korte dienstverbanden waarbij de verhoogde zorgplicht van de werkgever wegvalt. De normale toepassing van de kantonrechtersformule zou het aannemen van ouderen afschrikken. Een ander argument was  het verbod op leeftijdsonderscheid.

Toepassing van de Groen-variant

Sinds 1999 is de Groen-variant door velen afgewezen. In jaren voor 2015 hebben onder andere de kantonrechters in Eindhoven, Amsterdam, Groningen en Deventer de Groen-variant toch weer enkele malen toegepast. Het is nog steeds zeer uitzonderlijk echter.

Suppletiemethode

Een methode om een inkomen na ontslag te garanderen is de suppletiemethode. Deze heeft als uitgangspunt dat een ex-werknemer een bepaald inkomen moet hebben om in zijn levensonderhoud te voorzien. Dit benodigde inkomen ontstaat door een aanvulling (suppletie) bovenop een uitkering, zoals WW-uitkering of IOAW-uitkering. Ook kan de werkgever een bedrag ter beschikking stellen om het inkomen te dekken tot aan de pensioendatum van ex-werknemer. Dit kan nodig zijn als ex-werknemer bijvoorbeeld nog een beperkt aantal jaren te gaan heeft tot zijn pensioen. Deze methode is riskant omdat de Belastingdienst een dergelijke regeling kan zien als een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU), waarop een belasting boete staat van 52 %. De Overheid wilt dat werknemers blijven doorwerken tot hun pensioen en niet al eerder stoppen met werken middels een ontslagregeling die dat financieel mogelijk maakt.   

Contante suppletiemethode

Naast de ‘gewone’ suppletiemethode kennen we ook de contante suppletieformule. Het verschil tussen beide formules is dat bij de laatstgenoemde de suppletie wordt berekend als optelsom van leeftijd en aantal dienstjaren. Het resultaat hieruit wordt contant gemaakt en als éénmalige schadeloosstelling aan de ex-werknemer toegekend. De berekening is bijvoorbeeld:

Som leeftijd + dienstjarenAanvulling in maanden op WW-uitkering op 100% brutosalaris (wordt contant gemaakt)
t/m 29 3
30 t/m 39 6
40 t/m 44 9
45 t/m 49 12
50 t/m 54 15
55 t/m 59 18
60 t/m 64 24
64 en hoger 30

ST-formule

Een andere formule waarmee de hoogte van de schadeloosstelling berekend kan worden is de ST-formule. Deze formule is gunstig voor de werknemer:

Schadeloosstelling: 50% van het jaarsalaris (incl. vakantiegeld + tantième) + (aantal dienstjaren boven 35-jarige leeftijd x 20%) x (jaarsalaris + vakantietoeslag + tantième)

De ST-formule is gebonden aan een maximum van 4,5 x Jaarsalaris (incl. vakantietoeslag + tantième).

Zwartkruisformule

Ook kan een werkgever de Zwartkruisformule hanteren voor het berekenen van de ontslagvergoeding. Deze formule is vernoemd naar de bedenker ervan Mr. P. Zwartkruis, die de formule in de eerste instantie heeft ontwikkeld voor ontslagen binnen grote ondernemingen. Deze formule is gunstig voor werknemers. In de meeste gevallen leidt de Zwartkruisformule tot de hoogste ontslagvergoeding (in enkele gevallen kent de ST-formule een hogere uitkomst).

De Zwartkruis formule luidt als volgt:

Schadeloosstelling: leeftijd x diensttijd x functieniveau: herplaatsbaarheidsschaal

Hierbij geldt dat:

  • de totale schadeloosstelling in maanden salaris wordt aangeduid
  • het aantal maanden kan variëren van minimaal 3 maanden tot maximaal 60 maanden
  • de leeftijdfactor wordt bepaald aan de hand van de formule: 2 x (leeftijd-25) : 25
  • het functieniveau kent een schaal van 1 tot en met 5. Hierbij staat 1 voor ‘ongeschoold’ en 5 voor ‘Raad van Bestuur’.

Kantonrechtersformule berekenen ?

Bereken uw ontslagvergoeding via berekenen kantonrechtersformule