Jurist nodig? Eerste advies GRATIS! 088 20 50 899 info@kantonrechtersformule.nl

Beoordeling ster 1Beoordeling ster 2Beoordeling ster 3Beoordeling ster 4Beoordeling halve ster (9.5/10)
221 beoordelingen

Bij de beantwoording van de vraag of de kantonrechter gebonden is aan een afvloeiingsregeling in een sociaal plan dient allereerst het sociaal plan als leidraad te worden genomen.

  • Is het sociaal plan eenzijdig door de werkgever opgesteld, al dan niet na overleg met de vakbonden en/of ondernemingsraad, dan hoeft daar weinig waarde aan te worden gehecht. Door het ontbreken van overeenstemming kan immers onvoldoende worden getoetst of er aanleiding bestaat om een lagere vergoeding toe te kennen, terwijl anderzijds de honorering van een dergelijk sociaal plan zou impliceren dat de werkgever eenzijdig de hoogte van de vergoeding kan bepalen. 
  • Als het sociaal plan door de werkgever schriftelijk met de (voldoende representatieve) vakbonden (en met de Ondernemingsraad) is overeengekomen, geldt dat de ontslagvergoeding voor elke af te vloeien werknemer aan de hand van het sociaal plan moet worden vastgesteld, ook al wijkt de uitkomst af van de kantonrechtersformule. Indien echter blijkt dat het sociaal plan leidt tot een onredelijke uitkomst, kan van dit principe worden afgeweken. Te denken valt daarbij aan de gevallen dat niet of nauwelijks rekening is gehouden met een zeer lang dienstverband, dan wel met een handicap van de werknemer; in die gevallen kan worden gezegd dat partijen zich bij het afsluiten van het sociaal plan onvoldoende rekenschap hebben gegeven van de bijzondere positie van deze werknemer en dat het sociaal plan in zijn geval leidt tot een onredelijke uitkomst. 

Als toepassing van het sociaal plan tot een onredelijke uitkomst leidt en enkel het streven naar rendementsverbetering grond vormt voor de reorganisatie en het ontslag, hoeft C niet gemaximeerd te worden op 1. In de praktijk hanteren de meeste sociaal plannen de kantonrechtersformule. De C­factor wordt bepaald door de financiële draagkracht van de werkgever en “eventuele” aandeelhouder(s) van de werkgever. Bij een werkgever in financiële problemen zal de C­factor lager dan 1 zijn.